Het MKB Convenant Rotterdam – waar staan we?

09-07-2019 346 keer bekeken 0 reacties

Het open MKB Convenant Rotterdam is in 2011 in het leven geroepen om -ten behoeve van het optimaal beheren en onderhouden van de openbare ruimte- kennis uit de markt beter te benutten en een lerende cultuur te creëren.

Van voorschrijven naar samenwerken met de markt. De Bouwagenda vervult hierin een aanjagende rol. Taskforcelid Albert Martinus: ‘In elke Roadmap van De Bouwagenda hebben we het over samenwerken en leren. En dat is niet voor niets. In deze sector zijn we gewend over elkaar heen te vallen wanneer er een foutje wordt gemaakt. Dat moet stoppen. We moeten van elkaar leren door te doen. Niet langer praten, maar aan het werk! Er is in de Rotterdamse proeftuinen volop aangehaakt op dit principe en dat werpt zijn vruchten af.’ Inmiddels zijn er in Rotterdam circa 25 projecten onder de vlag van het convenant gerealiseerd. Deze pilots krijgen nu een vervolg in het Convenant Programmatische Aanpak MKB Rotterdam en ook andere steden -waaronder Amsterdam, Hoorn, Alkmaar en Utrecht- volgen het goede voorbeeld uit de havenstad.

Aan het woord: Directeur Projectmanagement & Engineering Stadsontwikkeling Gemeente Rotterdam Marc van Leeuwen.

Wat is de essentie van het convenant?
‘Van oudsher werken opdrachtgevers en de bouwsector niet automatisch lekker samen. De bouwaffaire heeft hier ook niet bepaald aan bijgedragen, er kwam nogal wat ellende bovendrijven. Maar wanneer we samenwerken vanuit vertrouwen is er zoveel mogelijk. Ik geloof ook echt dat je op deze manier meer uit elke geïnvesteerde euro kunt halen. Het is voor beide partijen goed. Ook wat betreft het plezier dat je eruit haalt. Bovendien kunnen we met deze manier van werken de verjuridisering een halt toeroepen. Het draait om eerlijke afspraken op basis van vertrouwen en leren van elkaar. Dat laatste is voor mij misschien wel het meest essentieel.’

Wat is de stand van zaken?
‘De eerste stappen zijn gezet. Vergelijk het met containerschepen die van koers moeten veranderen, dit soort processen gaat geleidelijk. Het spannende van deze werkwijze is dat het een aantal jaar geleden absoluut not done was. Het was apert fout om bij opdrachtnemers over de vloer te komen. Je bracht jezelf in een lastig parket en het woord belangenverstrengeling lag op het puntje van de tong. Een paar jaar geleden ging je kop er dus af, nu moeten we bij elkaar op visite om elkaar weer te leren kennen. Je begrijpt, dit moet groeien. We vragen én te investeren in de andere partijen én de integriteitsnormen hoog in het vaandel te houden. Dat vraagt om een enorm inschattingsvermogen. Om te voorkomen dat we op ons onderbuikgevoel afgaan, hebben we gekozen voor de Programmatische Aanpak van het convenant.’

Wat betekent deze Programmatische Aanpak in de praktijk?
‘Feitelijk gezien is het een actieplan dat inhoud geeft aan het convenant. Deze inhoud leunt op vier pijlers: elkaar kennen, samenwerken in projecten, leren van elkaar en communicatie. Leren van elkaar doen we tijdens de uitvoering van projecten, maar ook letterlijk in een klasje. Daarin nemen opdrachtgever en opdrachtnemers door wat goed is gegaan en waar de verbeterpunten zitten. Vervolgens leggen we deze informatie vast, want de rest van de betrokkenen-de mensen die niet in de klas zitten- moet weten welke stappen dat zijn. De lessons learned moeten landen in de procedures en werkwijzen. Daarbij moeten we niet de illusie hebben dat wanneer iets op papier staat, het ook in praktijk wordt gebracht. Ook het in praktijk brengen heeft tijd nodig. We maken niet de enorme snelheid die we zouden willen maken en ik denk ook niet dat dat kan. Wanneer we radicaal de knop omzetten, wordt het een puinhoop. Deze programmatische aanpak helpt bij het borgen. En verder hebben we mensen nodig die de boel aanjagen zodat het beklijft. Die rol vervult Albert als geen ander.’

Verandering geeft in het algemeen aanleiding tot onrust. Hoe gaan u en uw collega van Stadsbeheer en stadsontwikkeling om met weerstand op de werkvloer?
‘Dat wat er in het hoofd van onze medewerkers zit, is heel lang de waarheid geweest. We kunnen dan ook niet anders dan accepteren dat er weerstand is. Vanuit die werkelijkheid laten we de kritische massa langzaam kennismaken met de voordelen. Dit soort processen kun je niet afdwingen, maar zodra medewerkers zien dat het iets oplevert, raken ze gemotiveerd. Overigens blijven ook traditionele bestekschrijvers van groot belang, niet elk project wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen van het convenant.’

Hoe gaat Rotterdam invulling geven aan de proces- en vraaginnovatie en het daarbij passende inkoopbeleid?
‘Als je echt invulling wilt geven, moeten zowel markt als gemeente concessies doen om bij elkaar te komen. Je moet met elkaar uitvinden waar de ruimte zit om die veranderslag te maken. Daar zit echt de zoektocht. We zijn natuurlijk voor een deel hardcore aan Europese en lokale regels gebonden, maar tegelijkertijd heb je dankzij het convenant de mogelijkheid meer uit die euro te halen. Dat betekent ook dat als je naar de inkoop kijkt, je daar andere voorwaarden aan moet stellen. Maar we staan nog aan de vooravond. We zijn nog aan het oefenen wat en hoe we moeten uitvragen en wat we daar dan voor terug willen. Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg.’

Welke effecten wilt u bereiken met de Programmatische Aanpak?
‘De Programmatische Aanpak is gestoeld om opdrachtgevers en marktpartijen op een andere manier naar elkaar te laten kijken. Om elkaar op een andere manier te vinden. En om elkaar op een andere manier kennis te laten maken. De eerste stap is samenwerking, een stap die we niet moeten onderschatten. Het is an sich al een geweldig ingewikkelde opgave, laat staan wanneer je een markt en een overheidspartij als ketenpartners wilt laten samenwerken. Dat heeft echt wel wat voeten in aarde, want we staan op een behoorlijke afstand van elkaar. Nu moeten we niet tegenover elkaar, maar naast elkaar gaan staan. Je gaat pas samenwerken als je elkaar een beetje kent en die eerste stap moet voor mijn gevoel nog gezet worden. Maar het been is inmiddels opgetild en geeft ook de juiste richting aan.’  

Hoe belangrijk is het voor Rotterdam dat steden binnen de G4/G18 het door Rotterdam omarmde initiatief van regionale MKB-ondernemers volgen?
‘Er zitten twee kanten aan dit verhaal. We zijn natuurlijk super trots dat we het convenant hebben en het zou fantastisch zijn wanneer ook andere steden inzien wat het ze kan opleveren. Hoe meer partijen erin geloven, hoe sterker zo’n beweging wordt. Maar er is ook een keerzijde. Het is hard werken om elkaar te vertrouwen en dat is op kleine schaal beter te behappen dan op landelijk niveau. Daar zit voor mij wel de zorg.’

Voelt u zich voldoende gesteund door het Rijk?
‘Ik weet dat dit initiatief volledig omarmd wordt. Dat bevestigde ook Mona Keijzer tijdens ons gesprek op de Infra Tech. Vanuit dat gedachtegoed zeg ik ja, ik voel me voldoende gesteund. Maar vertaalt zich dat in heel concrete handvatten? Op bepaalde vlakken wel op andere niet. Of we meer steun willen? Ja graag! Ik denk dat er nog veel kansen en mogelijkheden liggen.’

Als u over vijf jaar terugkijkt, wat ziet u dan?
‘Dan moeten we echt partners van elkaar zijn. Dat betekent overigens niet dat we niet kritisch op elkaar moeten blijven, maar markt en opdrachtgever werken dan samen op basis van vertrouwen. Over vijf jaar moeten we ervaren dat de samenwerking tussen privaat en publiek synergie oplevert. Dat een-en-een drie is.’


 

0  reacties